« Terug naar vorige pagina

Kinderfysiotherapie

Kinderfysiotherapie is een specialisatie in de fysiotherapie. Kinderen tussen de 0 en 18 jaar kunnen bij een kinderfysiotherapeut terecht voor problemen in het bewegen. Deze problemen kunnen te maken hebben met het motorisch functioneren van kinderen tijdens dagelijkse activiteiten of problemen tijdens of na sport. De doelgroep van kinderfysiotherapie is op te delen in 3 groepen: zuigeling en dreumes, peuter en kleuter en het schoolgaande kind. [klik op doelgroep is link naar indicaties]

 

Ouders kunnen zelf hun kinderen aanmelden voor kinderfysiotherapie. Soms verwijst het consultatiebureau, het ziekenhuis of de huisarts naar een kinderfysiotherapeut. In andere gevallen kan de school van het kind, de zwemjuf of de sportcoach advies geven om contact op te nemen. Een stelregel is: een “niet-pluis gevoel” is reden genoeg om een deskundige te raadplegen. Het is namelijk van groot belang om vroegtijdig te beginnen met de juiste zorg, zodat een kind zich optimaal kan ontwikkelen.

 

Aanmelding en behandeling

Bij aanmelding voor kinderfysiotherapie vindt er een intake plaats. Deze intake bestaat uit een gesprek en uitgebreid onderzoek, zodat er een volledig beeld kan worden geschetst over het (motorisch) functioneren van het kind. Na de intake worden adviezen gegeven of er wordt een behandelplan opgesteld.

 

Een kinderfysiotherapeut heeft specifieke kennis over de motorische ontwikkeling bij het opgroeiende kind. In de behandeling wordt de ouder van het kind nauw betrokken. Zo nodig wordt, met uw toestemming, samengewerkt met andere hulpverleners, school, zwemles of sportverenigingen. Tijdens de behandeling staat het spelenderwijs leren centraal.

 

De eerste 9 behandelingen van kinderfysiotherapie worden altijd vergoed vanuit de basisverzekering. Hier zijn geen kosten vanuit het eigen risico aan verbonden. Voor meer informatie over vergoedingen van fysiotherapie bij kinderen klik hier. [link vergoeding]

 

[link naar aanmelden of aanmeldingsscherm]

 

Indicaties kinderfysiotherapie

Hieronder zijn per leeftijdsgroep indicaties beschreven waarbij kinderfysiotherapie kan helpen. Heeft u een vraag over het bewegen van uw kind wat niet in het rijtje past? Neem dan vrijblijvend contact met ons op om te bespreken of wij u en uw kind middels kinderfysiotherapie kunnen helpen.

 

Zuigeling en dreumes 0-2 jaar

In de eerste twee levensjaren ontwikkelt een kind vele motorische vaardigheden die van belang zijn om de wereld te kunnen gaan ontdekken. Het ontwikkelen van een goede hoofdbalans, het omrollen, gaan zitten, kruipen, staan en lopen vormen een belangrijke basis. Met de ontwikkeling van het reiken en grijpen groeien de fijn motorische vaardigheden. Ook ontwikkelen ze hiermee de diverse zintuigen.

 

Mogelijke indicaties:

  • Voorkeurshouding, asymmetrie, scheef of afgeplat hoofdje
  • Huilbaby
  • Trage motorische ontwikkeling
  • Gespannen en/of te actieve baby,
  • Overstrekken
  • Slappe en/of te rustige baby
  • Drink- of eetproblemen
  • Verschil in bewegen tussen linker en rechter lichaamshelft
  • Verschil in bewegen tussen bovenste en onderste lichaamshelft
  • Opvallende motoriek: billenschuiven, tenenlopen
  • Cerebrale parese
  • Spina bifida (open rug)
  • Prematuur en/of dysmatuur kind (te vroeg geboren en/of te licht geboortegewicht)
  • Plexus brachialis laesie of Erbse parese (beschadiging van zenuwen die vanuit de nek naar de arm lopen ontstaan bij de geboorte)
  • Ademhalingsproblemen, astma, bronchitis
  • Orthopedische problemen zoals een klompvoetje of heupdysplasie (DHO)
  • Mentale retardatie (achterstand in de verstandelijke ontwikkeling)
  • Syndroom van Down

 

Peuters en kleuters 3-6 jaar

De wereld ontdekken doen peuters en kleuters door te bewegen, te voelen en eindeloos te herhalen. Daarmee leert het  kind zijn eigen mogelijkheden kennen en groeit het zelfvertrouwen. In deze periode ontwikkelen kinderen diverse basisvoorwaarden om goed voorbereid te zijn voor de complexe motorische vaardigheden die hij of zij later zal leren. Grof motorische vaardigheden die een kind in deze fase zal eigen maken zijn bijvoorbeeld rennen, springen, klimmen en fietsen. Enkele voorbeelden van fijn motorische vaardigheden zijn knippen, tekenen en kralen rijgen. De grove en fijne motoriek zijn nauw met elkaar verbonden. Ontwikkeling van het evenwicht is bijvoorbeeld van invloed op het stil zitten, wat een voorwaarde is om netjes te kunnen tekenen of schrijven.

 

Mogelijke indicaties:

  • Motorische ontwikkelingsachterstand

Grove motoriek:

  • Houterig en stijf bewegen
  • Angstig voor klimmen of springen
  • Geen plezier in bewegen
  • Opvallend looppatroon
  • Veel vallen en/of struikelen
  • Onrustig of veel bewegen
  • Moeite met aanleren nieuwe vaardigheden zoals zwemmen of fietsen

Fijne motoriek:

  • Niet goed kunnen knippen, plakken en/of bouwen
  • Geen belangstelling of geen plezier in kleuren of knutselen
  • Veel kleine ongelukjes zoals dingen omstoten, voorwerpen laten vallen
  • Schokkerige, niet vloeiende bewegingen
  • Development Coordination Disorder (DCD)
  • Tenenlopen
  • Sensorische integratieproblemen
  • Mentale retardatie (achterstand in de verstandelijke ontwikkeling)
  • Aangeboren, chronische (progressieve) aandoeningen, waarbij het fysiek functioneren of de bewegingsgerelateerde gezondheid wordt beperkt.
  • Jeugdreuma (JIA)
  • Ademhalingsproblemen zoals een dysfunctionele ademhaling, hyperventilatie, astma en/of bronchitis
  • Orthopedische aandoeningen aan de botten of gewrichten
  • Lichamelijke spanningsklachten als hoofdpijn, buikpijn, vermoeidheid zonder medische oorzaak (SOLK)
  • Groeipijn of pijnklachten in de spieren
  • Zindelijkheidsproblemen

 

Schoolgaande kinderen 6-16 jaar

Bewegen is van groot belang voor schoolkinderen. De basis motorische vaardigheden zijn nu als het goed is volledig ontwikkeld waardoor complexe vaardigheden eigen gemaakt kunnen worden. Kinderen worden grof motorisch steeds meer uitgedaagd doordat ze op school gymles krijgen, ze met elkaar diverse bewegingsspelletjes doen zoals tikkertje of voetballen en doordat de meeste kinderen op zwemles en andere sporten gaan. Op deze manier leggen ze contacten met andere kinderen en kunnen ze zich sociaal-emotioneel verder ontwikkelen.

De fijn motorische vaardigheden worden ook complexer. Kinderen gaan onder andere leren schrijven, ze gaan eigen verantwoordelijkheid krijgen voor de persoonlijke verzorging en willen bijvoorbeeld helpen met het uitvoeren van karweitjes.

 

Mogelijke indicaties:

  • Motorische ontwikkelingsachterstand

Grove motoriek:

  • Niet kunnen meekomen in de gymles en/of bij buiten spelen
  • Houterig en stijf bewegen
  • Slappe houding, moeite met langere tijd rechtop zitten
  • Opvallend looppatroon
  • Veel vallen en/of struikelen
  • Onrustig of veel bewegen

Fijne motoriek:

  • Veel kleine ongelukjes zoals dingen omstoten, voorwerpen laten vallen
  • Moeite met eten met bestek
  • Moeite met knopen, ritsen en veterstrikken
  • Geen duidelijke handvoorkeur bij teken-/schrijftaken
  • Schokkerige, niet vloeiende bewegingen
  • Onvoldoende leesbaar handschrift, schrijfproblemen
  • Traag schrijftempo
  • Pijn bij schrijven
  • Development Coordination Disorder (DCD)
  • Sensorische integratieproblemen
  • Mentale retardatie (achterstand in de verstandelijke ontwikkeling)
  • Aangeboren, chronische (progressieve) aandoeningen, waarbij het fysiek functioneren of de bewegingsgerelateerde gezondheid wordt beperkt.
  • Jeugdreuma (JIA)
  • Sportblessures
  • Ademhalingsproblemen zoals dysfunctionele ademhaling, hyperventilatie, astma en/of bronchitis
  • Orthopedische aandoeningen
  • Houdingsproblemen
  • Lichamelijke spanningsklachten als hoofdpijn, buikpijn, vermoeidheid zonder medische oorzaak (SOLK)
  • Pijnklachten in spieren en/of gewrichten
  • Zindelijkheidsproblemen

Meer informatie

  • Wanneer kinderfysiotherapie?

    Meestal is het de ouder/verzorger die zich ongerust maakt over de zintuiglijke en motorische ontwikkeling van zijn/haar kind. Neem dit gevoel serieus.
    Ook de arts / verpleegkundige van het consultatiebureau of de schoolarts kunnen aangeven dat de ontwikkeling anders verloopt.

    Leerkrachten hebben evenals ouders/verzorgers een belangrijke, signalerende taak. Problemen in het bewegend functioneren kunnen een negatieve invloed hebben op het zelfbeeld van het kind. Daarom is het van belang dat nauwkeurig wordt vastgesteld of de ontwikkeling wellicht vertraagd of afwijkend verloopt, zodat er een adequaat advies gegeven kan worden.

    Een stelregel is: een “niet-pluis gevoel” is reden genoeg om een deskundige te raadplegen. Immers het is van groot belang om vroegtijdig te beginnen met de juiste zorg, zodat een kind zich optimaal kan ontwikkelen.

    Voorbeelden van signalen, indicaties en aandoeningen waarbij kinderfysiotherapie zinvol kan zijn:

    1. Baby’s en peuters met een (dreigende) ontwikkelingsachterstand of –stoornis
    2. Basisschoolkinderen en jongeren tot 16 jaar
  • Baby's en peuters

    Baby’s en peuters met een (dreigende) ontwikkelingsachterstand of ontwikkelingsstoornis. Kinderfysiotherapie kan zinvol zijn bij:

    • Voorkeurshouding, asymmetrie, scheef of afgeplat hoofdje
    • Huilbaby
    • Trage motorische ontwikkeling
    • Gespannen en/of te actieve baby, baby met strekneiging
    • Slappe en/of te rustige baby
    • Drink- of eetproblemen
    • Zuigeling met KISS-syndroom
    • Verschil in bewegen tussen linker en rechter lichaamshelft
    • Verschil in bewegen tussen bovenste en onderste lichaamshelft
    • Opvallende motoriek: billenschuiver, tenenloper
    • Hersenbeschadiging
    • Spina bifida (open rug)
    • Pre-dysmatuur kind (te vroeg geboren en/of groeiachterstand voor geboorte)
    • Plexus brachialis laesie of Erbse parese (beschadiging van zenuwen die vanuit de nek naar de arm lopen ontstaan bij de geboorte)
    • Ademhalingsproblemen, astma, bronchitis
    • Orthopedische problemen
    • Mentale retardatie (achterstand in de verstandelijke ontwikkeling)
  • Basisschoolkinderen en jongeren tot 16 jaar

    Kinderfysiotherapie kan zinvol zijn bij:

    • Motorische ontwikkelingsachterstand

      Grove motoriek

      • niet kunnen meekomen in de gymles en/of bij buiten spelen
      • houterig en stijf bewegen
      • slappe houding, moeite met langere tijd rechtop zitten
      • opvallend looppatroon
      • veel vallen en/of struikelen
      • onrustig, veel bewegen

      Fijne motoriek:

      • niet willen tekenen, kleuren
      • niet goed kunnen knippen, plakken en/of bouwen
      • veel kleine ongelukjes zoals dingen omstoten, voorwerpen laten vallen
      • geen duidelijke handvoorkeur bij teken-/schrijftaken
      • schokkerige, niet vloeiende bewegingen
      • onvoldoende leesbaar handschrift, schrijfproblemen
      • tempo niet kunnen bijhouden bij schrijftake
    • DCD, Development Coordination Disorder
    • Sensorische integratieproblemen
    • ADD, ADHD en NLD
    • Pervasieve ontwikkelingsstoornissen zoals PDD-NOS, ASS
    • Jeugdreuma
    • Mentale retardatie (achterstand in de verstandelijke ontwikkeling)
    • Cerebrale parese
    • Sportletsels
    • Ademhalingsproblemen, astma, bronchitis
    • Orthopedische aandoeningen
    • Houdingsproblemen
    • Lichamelijke spanningsklachten als hoofdpijn, buikpijn, vermoeidheid zonder medische oorzaak
    • Pijnklachten in spieren en/of gewrichten
    • Zindelijkheidsproblemen